De geschiedenis

Venray ontstond aan het
begin van de 13e eeuw op
een lap veldgrond, dat
werd omringd door een
uitgestrekte wildernis.
In het westen lag het
moerasgebied de Peel,
het noorden en het
oosten had zeer
onvruchtbare grond,
terwijl in het zuiden
drassige beekgronden
lagen. Hier moet pas
rond de 15e eeuw Veulen
zijn ontstaan. De boeren
ontgonnen zoveel grond
als ze voor zichzelf
nodig hadden.
Het bestuur was in
handen van scholtis,
schepenen en naburen. De
scholtis
vertegenwoordigden de
graaf of heer, alsook de
rechtseiser in de
schepenbank. De
schepenen oefenden
rechtspraak uit en
voerden het dagelijkse
bestuur. De naburen
waren gezworenen en
minder belangrijke
bezitters van een erf of
stuk grond. Deze
laatsten werden vooral
betrokken bij zeer
belangrijke financiėle
zaken.
Venray lag in het "Overkwartier
van Gelre", dat
geografisch los stond
van de andere kwartieren
in Gelderland. Dit
gebied heeft
verschillende heren
gekend, waaronder de
hertog van Gelre in het
huidige Gelderland. In
de 16e eeuw kwam het 'overkwartier'
in Spaanse handen en
werd diens koning tevens
hertog van Gelre. Het
kerspel/de heerlijkheid
Venray werd in 1673 door
de Spaanse koning aan
een aanzienlijke familie
verkocht en kreeg zo een
plaatselijke heer. Met
de komst van Napoleon in
1794 kwam het gebied in
Franse handen. Een paar
jaar werd de oude
bestuursvorm opgeheven.
Pas in 1839 later, bij
de afscheiding van de
zuidelijke Nederlanden
van de noordelijke
Nederlanden, werd Venray
officieel Nederlands
gebied .
Kaart van het
Peelgebied in 1692.
Het huidige Veulen komen
we voor het eerst tegen
in de naam Goert van
Voerloe in 1322. In dat
jaar richtte Goert met
zijn vriend Sibbe
Henselmans in Venray een
zusterhuis op, het
latere klooster
Jerusalem.
Verder werd Veulen voor
het eerst genoemd in een
rekening van de
rentmeester aan de
hertog van Gelre in
1531. Hendrik Verberckt
pachtte in dat jaar "Voerloe
ende Voerloeberch" voor
23 malder rogge en 4 vat
herenpacht. Een malder
is een halve mud (50
liter). Hij inde de
pacht voor de
rentmeester en verdiende
op deze manier een
percentage.
In de schatcedulen
(lijsten met belasting
op onroerend goed) van
Venray wordt Veulen
daarbij pas voor het
eerst genoemd in 1638
als "aen 't Vaerloe". In
dat jaar bestond Veulen
slechts uit 8
boerderijen. Dat bleef
zo tot in de eerste
helft van de 18e eeuw.
Gezien de hoogte van de
schatting was de
"Volleberg plāts" een
boerderij van gemiddelde
grootte.

De familienaam
De familienaam
Volle(n)berg(h) is
ontstaan in de tijd dat
weinig mensen konden
lezen en schrijven. Om
die reden werd de naam
op evenveel manieren
geschreven, als er
klerken waren. De naam
Volle(n)berg(h) is een
zogenaamde veldnaam, in
dit geval een toenaam om
aan te geven dat je van
de Vaerloeberch
afkomstig was. Voor het
eerst werd dit stuk land
(heuveltje) genoemd
tussen 1531 en 1534 in
een aantal rekeningen.
Er werd toen pacht
geheven in "Voerloe ende
Voerloeberch". Theuken
en zijn gezinsleden
waren de enige bewoners
van de Vaerloeberch. In
de 17e eeuw werd de
Vaerloeberch dan ook
niet meer apart vermeld
en sprak men alleen nog
over Veurlo. Voerloe
werd via Vaerloe,
achternaam Voerloeberch
/ Vaerloeberch werd via
Voerleberch, Voirleberch,
Volleberch enzovoorts
uiteindelijk Vollenbergh.
De oudste schrijfwijzen
van Veulen waren gelijk
aan het eerste deel van
onze achternaam. Als we
de etymologie volgen,
betekent de achternaam
Veulenberg.
De
boerderij kreeg dezelfde
naam als het land
waardoor deze voor de
afstammelingen van Peter
van Heijster een
zogenaamde huisnaam
werd.
Op
11 november 1726 kwam
Peter van Heijster op de
"Volleberg plāts" wonen.
Hij was getrouwd met
Elisabetha Vollebergh,
die de boerderij van
haar ouders erfde. Peter
nam de naam Vollenbergh
aan. Het nageslacht van
Elisabetha en Peter - en
de kinderen uit zijn
tweede huwelijk met
Elisabeth Hebben - staan
in de doopboeken nog
vermeld als van Heijster,
maar zij voerden de naam
Vollenbergh.
Met het overlijden rond
1729 van Elisabetha
Vollebergh op de
"Volleberg plāts",
verdween de laatste
nakomeling in rechte
lijn van Theucken toe/
van Vaerloeberch. Toch
bleven al zijn
nakomelingen de naam
Vollenbergh voeren.
In het begin van de 16e
eeuw werden voorvoegsels
'Toe' en 'To' voor de
naam gebruikt. Daarmee
werd aangeduid waar men
vandaan kwam. Eind 16e
begin 17e eeuw kregen de
Vollenberghs op de
"Volleberg plāts" het
voorvoegsel 'Op' voor
hun naam. Zij woonden
immers op de "Volleberg
plāts". Degene die
verhuisden kregen het
voorvoegsel 'Van' voor
hun naam. Zij kwamen van
de "Volleberg plāts".
Rond 1700 en 1750
verdwenen
respectievelijk de
voorvoegsels 'Op' en
'Van', zodat alleen de
naam Vollenbergh
overbleef. "Van den
Vollenbergh" kwam
slechts één maal voor.
Deze naam stierf na drie
generaties uit.
Het veranderen van
achternaam was vooral
rond 1700 de gewoonste
zaak van de wereld. In
1642 trouwde Peter op
Volleberch met Heiken
Broex. Hij ging wonen op
de ouderlijke boerderij
van Heiken, de "Broex
plāts" en nam meteen de
naam Broex aan. Ook hun
nakomelingen bleven de
naam Broex voeren.
In 1796 voerde Napoleon
in Limburg de
burgerlijke stand in. In
het noordelijke deel van
Nederland was dit pas
rond 1811. Vanaf die
tijd verplichtte hij
zijn onderdanen de
geregistreerde
familienaam aan te
houden. Op dat moment
werden de drie
naamsvarianten
Volleberg, Vollebergh en
Vollenberg officieel
vastgelegd.

Hartelijk dank voor uw
bezoek.
May en Hans Volleberg

|